Beoordelen beeldvorming Godfried van Bouillon

1. Welk doel streef je na?

Leerlingen vormen zich een beeld over het leven van Godfried van Bouillon op basis van aangereikte historische bronnen.

Leerlingen beoordelen de historische beeldvorming rond Godfried van Bouillon met behulp van een argumentatieschema.

 


2. Over welk thema of onderwerp gaat de les?

Dit lesmateriaal werd ontwikkeld door Fien Dens binnen haar tweedejaarsstage aan het KA MXM Merksem. De oefening past binnen een lessenreeks over de kruistochten. In de eerste twee lessen binnen deze lessenreeks leren leerlingen de historische context van de kruistochten aan (situering in tijd en ruimte, oorzaken en aanleiding, verloop, kruisvaarderstaten…). In de derde les van de lessenreeks worden de historische vaardigheden ingeoefend via kritische bronanalyse en beoordelen van bestaande beeldvorming over Godfried van Bouillon. De historische vraag hierbij is: is Godfried van Bouillon wel echt een Belgische held?

 


3. Aan welke deelcomponent(en) van historisch denken wordt er gewerkt tijdens de les(fase)?


4. Hoe bouw je de lesfase op?

Om de historische vraag te beantwoorden krijgen leerlingen enkele bronnen over Godfried van Bouillon aangeboden door de leraar. Bedoeling is dat leerlingen in de eerste plaats informatie over Godfried van Bouillon verzamelen uit deze bronnen, om vervolgens te beoordelen of hij volgens hen al dan niet een standbeeld in bv. onze hoofdstad verdient. De leraar gaat daarbij stapsgewijs te werk:

Stap 1: leerlingen lezen de bronnen en krijgen de instructie om in de bronnen informatie over Godfried van Bouillon te markeren.

Stap 2: afhankelijk van de beginsituatie kan het nodig zijn om deze tussenstap te voorzien: de leraar overloopt samen met de leerlingen de informatie over Godfried van Bouillon, met ordening in twee categorieën: positieve en negatieve informatie over de man.

Stap 3: leerlingen krijgen een argumentatieschema waarmee ze aan de slag gaan om zelf tot een oordeel te komen over de beeldvorming van Godfried van Bouillon. Via het argumentatieschema leren leerlingen om argumenten voor en tegen een standbeeld voor Godfried van Bouillon tegenover elkaar af te wegen. Hiervoor baseren ze zich op de verzamelde informatie uit stap 1 (en 2).

Het argumentatieschema is gebaseerd op een gelijkaardige oefening uit Smets, W., Vinckx, E. et. al. (2020). Sapiens 2 Leerwerkboek.  Wommelgem: Uitgeverij Van In.

Differentiatie
Wanneer het argumenteren in de eerste graad reeds goed werd ingeoefend, is het mogelijk dat niet alle leerlingen een hulpmiddel zoals dit argumentatieschema nodig hebben. Sterke leerlingen kunnen de historische vraag proberen te beantwoorden zonder hulpmiddel of zonder stap 2 als tussenstap.

Stap 4: vervolgens komen leerlingen in een klasdiscussie aan het woord: wat is hun besluit? Wat zijn hun voor- en tegenargumenten? De leraar stelt zich hierbij neutraal op, leidt de discussie in goede banen en komt tot slot tot een besluit: er zijn zowel argumenten voor als tegen een standbeeld voor Godfried van Bouillon. Sommige mensen beschouwen hem als een held van de eerste kruistocht (iets wat je aan ‘mythevorming’ kan koppelen), terwijl anderen hem als een gewelddadig persoon zien die veel doden op zijn geweten heeft. Het hangt er maar vanaf vanuit welk perspectief je kijkt en welke acties zwaarder doorwegen voor jou.


5. Waarom werk je zo aan Historisch denken?

Argumenteren: focus van deze les(fase) ligt op het argumenteren: leerlingen worden via een hulpmiddel begeleid in het opbouwen van een argumentatie met behulp van signaalwoorden, afwegen van voor- en tegenargumenten, het komen tot een besluit. Doordat de oefening toewerkt naar een antwoord op een concrete historische vraag die beoordeling van historische beeldvorming over Godfried van Bouillon vraagt, werk je hiermee aan eindterm 8.7 (DO).

Historische bronnen onderzoeken: de informatie voor het opbouwen van de argumentatie halen leerlingen uit aangereikte historische bronnen. Op die manier wordt ook de deelcomponent historische bronnen onderzoeken betrokken in de oefening. Om leerlingen daarbij bewust te maken van standplaatsgebondenheid en multiperspectiviteit is het belangrijk dat de bronnen geschreven zijn vanuit meerdere perspectieven.