Franse revolutie – context

1. Welk doel streef je na?

Leerlingen situeren de Franse revolutie in tijd en ruimte.

Leerlingen lichten toe dat de Franse revolutie het einde betekende van het ancien régime.

Leerlingen definiëren de begrippen revolutie en absolutisme in eigen woorden.

Leerlingen leiden de kenmerken van de Franse samenleving voor de revolutie af uit tekst- en beeldbronnen.

Leerlingen passen de historische kritiek toe op tekst- en beeldbronnen.


2. Over welk thema of onderwerp gaat de les?

Het onderwerp van deze les is de aanloop naar de Franse revolutie. De Franse samenleving voor de Franse revolutie en de oorzaken van de Franse revolutie worden onderzocht aan de hand van expertgroepen (coöperatief leren).


3. Aan welke deelcomponent(en) van historisch denken wordt er gewerkt tijdens de les(fase)?


4. Hoe bouw je de lesfase op?

LESFASE 1: leerlingen ontdekken het lesonderwerp aan de hand van een associatieoefening rond de datum 14 juli 1789.

LESFASE 2: leerlingen ontdekken de betekenis van een revolutie door dit begrip tegenover evolutie te plaatsen. Door middel van terugkoppeling naar de reeds bestudeerde evoluties uit de eerste graad wordt er eerst een definitie voor evolutie gegeven. Zowel de evolutie van de mens als de Franse revolutie worden op een tijdlijn geplaatst. Leerlingen verklaren op basis van deze oefening het begrip ‘revolutie’ in eigen woorden. De werking van de expertgroepen wordt uitgelegd.

LESFASE 3: leerlingen werken in groepen aan de verschillende onderwerpen (maatschappelijke domeinen). Per groep is er een vragenfiche en bronnenbundel met enkele tekst- en beeldbronnen voorzien. Elke leerling krijgt naast deze documenten ook een fiche ‘Historische kritiek’. Aan de start van een lessenpakket vinden de leerlingen op deze fiche een uitgebreid schrijfkader met sturende vragen. [In de loop van het lessenpakket wordt dit kader steeds beperkter. Het doel is op het einde van het schooljaar/de graad geen kader meer aan te bieden.] Elke vragenfiche bevat ook een doordenkvraag of uitbreidingsvraag, bijvoorbeeld: denk na over de invloed van deze aspecten op de samenleving. Bevorderd het de samenleving of net niet? Denk na over waarom men tijdens en na de Franse revolutie (bijna) niet meer over absolutisme zal spreken. Wat zou er in de plaats komen?

  • In expertgroep ‘politiek’ wordt aan de hand van een begrippenkader het begrip ‘absolutisme’ aangebracht. Het begrip wordt eerst herleid naar ‘absolute monarch’. Vervolgens worden deze begrippen verklaard. Op basis hiervan verklaren de leerlingen het begrip ‘absolutisme’ in eigen woorden.

 

LESFASE 4: leerlingen maken op basis van de nieuw vergaarde kennis een beargumenteerd syntheseschema over de kenmerken van de maatschappelijke domeinen van de Franse samenleving voor de Franse revolutie. Leerlingen leven zich in in deze context en verklaren de start van de Franse Revolutie aan de hand van deze kenmerken.